Spring naar inhoud

2

Wat is natto?

Natto Nattō (納豆) (spreek uit ‘nat-TOO’)  is een traditioneel Japans voedingsmiddel van gefermenteerde sojabonen (gekookte sojabonen in rijststro in te pakken en op een warme plek te laten fermenteren). Vaak wordt het gegeten als ontbijt. Het wordt geserveerd met sojasaus, karashimosterd en Japanse bosui. Niet iedereen vindt Nattō lekker vanwege de krachtige geur, sterke smaak en plakkerige, slijmerige textuur. 

Nattō zit vol vezels, probiotica en eiwitten en is dan ook supergezond, maar de iets plakkerige, slijmerige textuur en sterke, bijna kaasachtige geur en smaak zijn voor ons westerlingen vaak nogal wennen. Voor veel Japanners ook trouwens – in het oosten en noorden van het land is men er over het algemeen dol op, terwijl de rest van het land er zijn neus voor ophaalt. In Japan gaat men de sterke smaak van Nattō niet uit de weg, maar men probeert het uit wel te balanceren met andere sterke smaken, zoals mosterd, wasabi of geraspte gember. Er zit vaak een sausje van dashi bij, wat eenzelfde functie heeft. Op smaak brengen met sojasaus kan ook. In Japan, waar Nattō dus ook een kwestie van love it or hate it is, wordt het bijgerecht op verschillende manieren uitgebreid tot een volledige maaltijd. Nattō  met gestoomde Japanse rijst en fijngehakte groene uitjes bijvoorbeeld is een populair ontbijtgerecht en wordt soms ook geserveerd met Koreaanse kimchi erbij, voor een nog intensere smaakbeleving. Studenten eten het graag op geroosterd brood. Moderne toevoegingen aan het nattorepertoire zijn Nattō met spaghetti en fijngesneden Nattō in maki.

Al in de elfde eeuw werd Nattō voor het eerst beschreven. Waarschijnlijk worden het zelfs al sinds prehistorische tijden gegeten, aangezien zowel sojabonen als rijststro in die tijd in Japan voorkwamen. In Japan krijgen kinderen Nattō zowat met de paplepel ingegoten. Op de kinderdagopvang of peuterspeelzaal wordt het soms al uitgedeeld als tussendoortje.

Hoe wordt Nattō gemaakt?

NattöGedroogde kleine sojabonen worden een nacht geweekt in water en vervolgens gaar gestoomd of gekookt – dit duurt wel 3 tot 9 uur. De gekookte bonen worden terwijl ze nog warm zijn vermengd met een Nattōstarter, bijvoorbeeld in poedervorm, opgelost in water. Vervolgens worden ze in een steriele bak, afgedekt met kaasdoek en deksel, zo’n 24 uur gefermenteerd bij 40 °C. Na nog een nacht in de koelkast kan de Nattō worden gegeten.

Wordt de Nattō nog op de authentieke wijze bereid, dan wordt rijststro eerst verhit tot 65ºC om alle bacteriën behalve de benodigde bacterie te doden. Gekookte of gestoomde bonen worden tussen het rijststro gepakt en minstens een nacht op een warme plek weggezet. Om het typisch slijmerige effect te krijgen worden de gefermenteerde bonen even flink doorgeroerd met eetstokjes.

Is een geregeld hapje Nattō je te gortig; ik heb een zeer goed K2-supplement gevonden. Lees hier meer daarover.