Spring naar inhoud

Altijd voldoende bosbessen!

Heel vroeger, eigenlijk al vanaf mijn eerste herinnering, ben ik dol op bosbessen. Als natuurproduct in en rond de tuin van mijn grootouders’ vakantiehuis in Hoenderloo, op de Veluwe. Dat groeide en bloeide precies daar, in mijn beleving; speciaal voor ons. We hoefden er alleen maar het klaphek voor uit te lopen (nooit op slot trouwens, dat hoefde ook niet in the dark ages van early zestiger jaren van de vorige eeuw).

Dit verhaal heeft wat ‘setting’ nodig. Bedenk dat mijn vader -zelf zeer vooroorlogs- stamt uit een gezin met 13 kinderen, ongeveer evenveel jongens als meiden (waarvan er één op jonge leeftijd overleed). Het werk was op bijzonder progressieve wijze verdeeld; de mannen waren voor de zware klussen als houthakken, bouwvakken, het jassen van gigantische hoeveelheden piepers en groenten en op zondag deden ze de gezinswas. De vrouwen waren voor de zware klussen als het huishouden, het koken, het kleding maken en verstellen en strijken. Oh en de afwas was voor iedereen.

Doordat iedereen eigenlijk overal aan meehielp, bleef er voor iedereen ook ‘vrije tijd’ over en hoe besteed je die dan? Toen er nog geen tv was hè? Er was ook geen telefoon (daar, als je ze wilde bellen, dan belde je naar Johán, de beheerder van het vakantiepark dat naast het huis lag). En aan weggooien deed je al helemaal niet! Er was een kast in één van de slaapkamers, die stond vol met dikke zware boeken. Vele vele jaargangen Katholieke Illustratie, Donald Duck, De Engelbewaarder, Sjors van de Rebellenclub, en nog wat andere bladen waar ik de naam van vergeten ben… we mochten ze allemaal lezen, op voorwaarde; de boeken werden alléén óp tafel neergelegd en na gebruik netjes terug in de kast gezet. Precies zo. En wee, als je dat eens niet deed… Súperzuinig waren we er allemaal op.

Verder handwerkten, puzzelden, speelden we spelletjes (die zelf aangepast en doorontwikkeld waren naar gróte gezelschappen!), kaartten, kookten, praatten en rookten we (nou ja, de volwassenen dan) met elkaar en brachten we tijd door binnen, maar veel liever buiten op het terras van dat fijne vakantiehuis.

Dat huis was overigens niet eens zo ontzettend groot, maar met 5 stapelbedden in -op één na- elke slaapkamer te proppen, kon je toch al  gauw de helft van de hele familie te logeren hebben en ieder een eigen bed geven.

Oh ik vergeet het ook bijna; we wandelden wat af! Gewoon, naar de zandafgraving, of in het seizoen naar de wilde zwijnen en de herten! We stonden er met onze neus bovenop! De allerkleinsten in een grote handkar die bij toerbeurt meegezeuld werd. De rest dribbelde of wandelde eromheen.

Je snapt het; mijn vroege jeugdherinnering mag dan door de jaren heen misschien wat gekleurd zijn; ik heb niets dan superwarme herinneringen aan de tijd die ik in weekenden en vakanties mocht doorbrengen met grote delen van mijn familie in dat geweldige huis.

Wat heeft dit allemaal met bosbessen te maken? Nou dit; als de bessen rijp waren, dook die enorme familie (2x ouders, 12x kinderen, 12x partner en op enig moment liepen er zo’n 30 kleinkinderen rond), en dan was er ook nog altijd wel een koppel “oom en tante die en die” of “meneer en mevrouw die en die” of “familie die en die” aanwezig. Nou dat hele gezelschap dus, toog als het even kon iedere middag -voorzien van emmers, afwasteiltjes, pannen, plastic tassen, noem het maar op, alles met een flinke inhoudsmaat- het klaphek door, het zandpad over en hoppa!

Iedereen boog voorover met de neus richting het ‘blauwe goud’, dikke sappige blauwgrijze bosbessen tussen prachtig frisgroene blaadjes! De grond tussen de bomen was -zover je maar kijken kon- bezaaid met bosbessenstruiken en daarboven zag je een woud van -in bloemenjurken, suffe korte broeken en andere typische vroege jaren zestigdracht gestoken- konten!! Dát beeld dus! Heb je het een beetje?

Na een uurtje keerden we met de oogst weer terug naar huis, wij kinderen vaak helemaal paars in en rond de mond van het tussendoor snoepen van de oogst, die anders zoveel groter geweest zou zijn… Maar wat maakte het uit! Er was zat!!

Thuis werd er bosbessensap, bosbessensaus en bosbessenjam van gemaakt (die je écht niet morsen mocht, omdat die vlekken echt nooit meer uit je kleren gingen). Ieder jaar opnieuw zóveel, dat we het hele jaar door bosbessenjam op witbrood aten en bosbessensaus of bosbessensap hadden bij het ijs of op de pannenkoeken. En dan was er nóg voldoende over om de hele familie te voorzien van flessen en potten sap en jam….

Aaaah, sweet memory lane!

Needless to say dat ik met zo’n voorgeschiedenis; dól ben op bosbessen, die nu amper meer te krijgen zijn en in de winkels bijna volledig vervangen lijken door blauwe bessen (die zijn blank van binnen in plaats van dieppaars). Ook blauwe bessen vind ik gelukkig heerlijk en als ik ze niet vers kan eten, dan toch op zijn minst ‘vers uit de diepvries’. Naast dat ik ze geweldig lekker vind, helpen ze me dingen te onthouden, gaan ze niet alleen de veroudering tegen, maar zijn ze door hun anti-inflammatoire eigenschappen ook van fundamenteel belang bij het voorkomen van tumoren. Ze zijn ook heel voedzaam, zonder al te veel calorieën te leveren. Een handjevol (plm. 50 gram) bevat al 3,6 gram vezels, 1/4 van de ADH vitamine C en ruim 1/3 van de ADH vitamine K. Een dagelijkse portie kan je bloeddruk binnen 8 weken met zo'n 4 tot 6 % procent verlagen.

In mijn tuin staan inmiddels ook al een paar mooie stuiken te stralen die gelukkig aardig wat vrucht dragen. Een gevalletje #eigenbelang hoor! Met de populariteit van de blauwe bes als ‘superfood’, is ook de prijs van dit zalige vruchtje sky high gegaan.

Ik word er zo gelukkig van dat mijn housewarming gift aan mijn oudste zoon en zijn gezin dus (natuurlijk) een flink uit de kluiten gewassen bosbessenstruik was!

Need I say more? Dat wil jij toch ook?

Hoe hou je nou zo’n struik zo gezond dat hij je megaveel bessen geeft! Wat heb je daarvoor nodig en wanneer?

Stap voor stap:

 

Vind de juiste plaats

Deze plant heeft veel zonlicht nodig om mooie volle vruchten te maken. Kies dan ook een overwegend zonnige plaats. Zonlicht zorgt voor fotosynthese waardoor de plant blijft groeien.

Plant je struik iets hoger dan de omgeving om ervoor te zorgen dat het water goed weg kan lopen.

Woon je in een appartement? Wees gerust, zorg dan voor een pot die groot genoeg is om de wortels genoeg ruimte te geven zodat die vrijelijk kunnen groeien.

Let erop dat in hun natuurlijke omgeving, blauwe bessenstruiken wel 1,80 meter hoog kunnen worden. Zoek dan ook een plekje in de tuin waar je hem die ruimte kunt geven. Plant je méér dan één plant? Hou dan een tussenruimte van zo’n 90 centimeter aan.

Hoe plant je de bosbesplant?

 

Plaats je struik bij voorkeur in de lente of herfst. Maak een ruim gat en plaats de plant daarin. Zonder de wortels te beschadigen natuurlijk. Schep er tuinaarde op en omheen totdat je een gedeelte van de stam hebt bedekt. Geef de plant water, maar overdrijf niet, en geef het steeds opnieuw water wanneer je merkt dat de aarde droog is.

Als de tuinaarde te zuur (alkalisch) is, breng dan de pH-waarde weer in balans. De ideale waarde voor deze plant is een waarde van 5.

 

Bodembedekking

 

Strooi in de buurt van de stam bodembedekking, zoals bijvoorbeeld zaagsel, boomschors of gemaaid gras. Zorg voor 3 á 4 lagen om ervoor te zorgen dat de aarde vochtig blijft en er geen onkruid kan groeien. Dit is heel belangrijk omdat het de plant beschermt tegen temperatuurschommelingen. Bedek de bodem elk jaar opnieuw. Gebruik alleen géén ceder- of cypressenhout (zaagsel/schors), daar kan onze vriend niet tegen.

 

Snoeien

 

Is de plant vol in bloei, dan is het tijd de hoofdtakken/gesteltakken sterker te maken, zij houden de rest van de plant in leven. Je snoeit om veel en goede grote bessen te krijgen.
Knip met een snoeischaar de vertakkingen af die aan de gesteltakken groeien. Daarna haal je de andere takken die aan de stam groeien eraf. Dat klinkt drastisch; het doel is de takken te verwijderen die geen vrucht gaan dragen en toch voeding naar zich toe trekken, ten koste van de gesteltakken.

 

Bemesten

 

Om te voorkomen dat de plant beschadigt, moet je de tuinaarde bemesten met compost. Dit doe je in de lente, vlak na het snoeien, als de blaadjes weer gaan groeien.

Met behulp van deze tips kan je je plant bloeiend thuis laten groeien en genieten van alle voordelen van dit bijzondere fruit!

Herhaal dit ritueel jaarlijks en je oogst de grootst mogelijke hoeveelheid bessen!

Geniet ervan!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *